ECLI:NL:RVS:2021:377
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om planschadevergoeding na tracébesluiten weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere
Appellant was eigenaar van een perceel in de gemeente Gooise Meren waarop een woning en bijgebouwen stonden. Na meerdere tracébesluiten voor de weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere, die onder meer de verbreding van de A1 en verhoging van een spoorbrug toestonden, vroeg appellant nadeelcompensatie wegens waardevermindering van zijn perceel en gederfd woongenot.
De minister kende een nadeelcompensatie toe voor tijdelijke schade, maar wees de tegemoetkoming in planschade af. Een deskundigencommissie, met taxateur Beudeker, concludeerde dat appellant geen planologisch nadeel leed, mede omdat de geluidsbelasting en luchtkwaliteit niet verslechterden en het uitzicht op de spoorbrug door bijgebouwen werd geblokkeerd.
Appellant voerde beroep aan tegen de afwijzing van de planschadevergoeding, stellende dat de minister ten onrechte geen rekening hield met andere taxaties. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht op het deskundigenadvies mocht afgaan, omdat de andere taxaties niet waren opgesteld voor planschadetaxatie en geen concrete aanwijzingen voor twijfel gaven.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van 12 maart 2019 bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van de planschadevergoeding wordt ongegrond verklaard.