ECLI:NL:RVS:2021:383
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college over handhaving parkeren deco-units in woongebied
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn handhavend op te treden tegen het parkeren en stallen van mobiele decontaminatie-units (deco-units) op het perceel van partij, omdat dit volgens haar niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan en zij er overlast van ondervindt.
Het college wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het parkeren van de deco-units niet in strijd was met de woonbestemming, mede vanwege de beperkte omvang en intensiteit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat het parkeren en stallen van de deco-units buiten de woning en bijgebouwen plaatsvindt en daarmee niet valt onder kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zoals toegestaan in het bestemmingsplan. Het gebruik heeft een ruimtelijke uitstraling die niet verenigbaar is met de woonbestemming, waardoor het college wel bevoegd was handhavend op te treden.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van appellante gegrond. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college tot afwijzing van handhaving wordt vernietigd en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard.