AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging bestemmingsplan wegens onzorgvuldige toelating inrit binnen bestemming Tuin
In deze zaak stond het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied-[locatie]' van de gemeente Gooise Meren centraal, vastgesteld op 3 juli 2019. Appellanten voerden beroep aan tegen het besluit, omdat binnen de bestemming 'Tuin' onterecht een inrit of toegangsweg was toegestaan, hetgeen volgens de planregels niet mogelijk was. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een tussenuitspraak van 2 september 2020 vast dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en dat het bestemmingsplan in strijd was met artikel 3:2 vanPro de Algemene wet bestuursrecht.
De raad van de gemeente Gooise Meren heeft vervolgens op 28 oktober 2020 het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld, waarbij de planregels werden aangepast om toegangswegen binnen de bestemming 'Tuin' toe te staan. Appellanten hebben geen zienswijze ingediend tegen deze wijziging. De Afdeling heeft het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond verklaard.
De Afdeling veroordeelde de raad tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellanten. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige voorbereiding van bestemmingsplannen en de mogelijkheid tot herstel van gebreken via een gewijzigd besluit.
Uitkomst: Het bestemmingsplan van 3 juli 2019 wordt vernietigd voor zover het artikel 3, lid 3.1, van de planregels betreft; het gewijzigde plan van 28 oktober 2020 wordt gehandhaafd.
Uitspraak
201906770/2/R1.
Datum uitspraak: 24 februari 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant] en anderen, wonend te Naarden,
appellanten,
en
de raad van de gemeente Gooise Meren,
verweerder.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 2 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2117, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 3 juli 2019 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.
Bij besluit van 28 oktober 2020 heeft de raad het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.
[appellant] en anderen zijn in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen over de wijze waarop de raad heeft beoogd het gebrek te herstellen.
De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak vastgesteld dat binnen de bestemming "Tuin" geen inrit of toegangsweg is toegestaan. De bedoeling van de raad was om wel een inrit en/of toegangsweg toe te staan binnen de bestemming "Tuin". Artikel 3, lid 3.1, van de planregels maakt dit echter niet mogelijk. De Afdeling acht het besluit op dit punt onzorgvuldig voorbereid.
Gelet hierop is het beroep van [appellant] en anderen tegen het besluit van 3 juli 2019 gegrond. Het besluit moet wegens strijd met artikel 3:2 vanPro de Algemene wet bestuursrecht worden vernietigd, voor zover het ziet op artikel 3, lid 3.1, van de planregels.
2. Ter voldoening aan de in de tussenuitspraak gegeven opdracht van de Afdeling heeft de raad op 28 oktober 2020 het plan gewijzigd vastgesteld en daarin artikel 3, lid 3.1, van de planregels aangepast. De voor "Tuin" aangewezen gronden zijn nu ook bestemd voor toegangswegen.
3. De Afdeling stelt vast dat het besluit van 28 oktober 2020 een besluit tot vervanging van het oorspronkelijke bestreden besluit is en dat dit ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht onderdeel van dit geding is. Het beroep van [appellant] en anderen is van rechtswege gericht tegen dit besluit.
[appellant] en anderen hebben schriftelijk aangegeven dat zij geen zienswijze naar voren wensen te brengen.
Het van rechtswege ontstane beroep is daarom ongegrond.
4. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het beroep van [appellant] en anderen tegen het besluit van 3 juli 2019, waarbij de raad van de gemeente Gooise Meren het bestemmingsplan "Stedelijk gebied-[locatie]" heeft vastgesteld, gegrond;
II. vernietigt het besluit van 3 juli 2019, waarbij de raad van de gemeente Gooise Meren het bestemmingsplan "Stedelijk gebied-[locatie]" heeft vastgesteld, voor zover het ziet op artikel 3, lid 3.1 van de planregels;
III. verklaart het beroep van [appellant] en anderen tegen het besluit van 28 oktober 2020, waarbij de raad van de gemeente Gooise Meren het bestemmingsplan "Stedelijk gebied-[locatie]" gewijzigd heeft vastgesteld, ongegrond;
IV. veroordeelt de raad van de gemeente Gooise Meren tot vergoeding van bij [appellant] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1068,00 (zegge: duizendachtenzestig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;
V. gelast dat de raad van de gemeente Gooise Meren aan [appellant] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 174,00 (zegge: honderdvierenzeventig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.
Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, voorzitter, en mr. F.D. van Heijningen en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. G.J. Deen, griffier.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.