ECLI:NL:RVS:2021:420
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij besluit van 24 november 2020 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 4 februari 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld, waarbij de vreemdeling verzocht heeft niet uitgezet te worden totdat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank zou worden vernietigd en dat de belangen van de staatssecretaris en de vreemdeling zodanig waren afgewogen dat geen voorlopige voorziening werd getroffen.
Het verzoek is derhalve afgewezen en de staatssecretaris is niet veroordeeld tot het vergoeden van proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E. Steendijk, in aanwezigheid van griffier E.L.N. Bakker, op 2 maart 2021.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de vreemdeling wordt niet beschermd tegen uitzetting gedurende het hoger beroep.