ECLI:NL:RVS:2021:432
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor berging in strijd met beheersverordening
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht weigerde op 21 december 2017 een omgevingsvergunning voor het realiseren van een berging bij een woning in Vleuten, omdat deze in strijd was met de beheersverordening "De Meern Noord, Maximapark, Vogelenbuurt, Wittevrouwen". De appellant had een bestaande carport verbouwd tot berging, waarbij wanden werden geplaatst en de berging werd vergroot. De aanvraag werd afgewezen omdat de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken op het perceel de toegestane maximale oppervlakte overschreed.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde dat de vergunningplicht terecht was vastgesteld en dat het college in redelijkheid de vergunning kon weigeren. Appellant voerde aan dat de berging omgevingsvergunningsvrij zou moeten zijn en dat de stedenbouwkundige impact gering was, mede gezien zijn behoefte aan bergruimte vanwege een mantelzorgwoning.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de berging een nieuw bouwwerk is dat vergunningplichtig is, omdat de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken op het perceel de maximale oppervlakte volgens het Besluit omgevingsrecht overschrijdt. Het college had beleidsruimte bij de belangenafweging en mocht het belang van behoud van het karakter van het bebouwingslint Europaweg zwaar laten wegen. De geringe vergroting van 8,8 m2 ten opzichte van de carport was onvoldoende om de weigering onredelijk te maken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor de berging wegens strijd met de beheersverordening.