ECLI:NL:RVS:2021:44
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.W.M. Bijloos
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking jachtakte en wapenverlof wegens onbetrouwbaarheid houder
Appellant had van 1 april 2018 tot en met 31 maart 2019 een jachtakte en wapenverlof, maar deze zijn op 19 september 2018 met spoed ingetrokken door de korpschef van politie. De intrekking was gebaseerd op het criterium dat het voorhanden hebben van wapens en munitie niet langer aan appellant kon worden toevertrouwd, onder meer vanwege een opvallend aantal wapenmutaties op zijn naam en een lopend strafrechtelijk onderzoek wegens illegale wapenhandel.
Appellant voerde aan dat de Officier van Justitie had aangegeven dat er geen strafvervolging zou plaatsvinden wegens onvoldoende bewijs, dat het aantal wapenmutaties niet objectief was onderbouwd, en dat hij gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen aan eerdere goedkeuringen van de korpschef. Ook stelde hij dat het intrekken van zijn vergunningen een detournement de pouvoir betrof.
De Raad van State oordeelde dat geringe twijfel aan het verantwoord zijn van de jachtakte en het wapenverlof voldoende is voor intrekking, mits deze twijfel objectief toetsbaar is. Uit het bewijs bleek dat appellant een uitzonderlijk hoog aantal wapenmutaties had, wapens kort in bezit hield en veel wapens aan verschillende handelaren verkocht om ruimte te creëren op zijn vergunningen. De verklaringen van wapenhandelaren dat appellant een liefhebber is, boden geen afdoende verklaring. De brief van de Officier van Justitie over het sepot deed hieraan niet af, omdat bestuursrechtelijk een andere maatstaf geldt dan in strafrecht.
De Raad van State verwierp het betoog over detournement de pouvoir en bevestigde dat de minister en korpschef terecht de vergunningen hebben ingetrokken. Het belang van appellant bij het uitoefenen van zijn hobby weegt niet op tegen het algemene veiligheidsbelang. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de jachtakte en het wapenverlof wegens het niet langer kunnen toevertrouwen van wapens en munitie aan appellant.