ECLI:NL:RVS:2021:465
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.W.M. Bijloos
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens ontbreken mondelinge behandeling in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had vastgesteld dat de vreemdeling nooit verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland had en weigerde zijn aanvraag voor een verblijfsdocument. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank in strijd met artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht handelde door geen mondelinge behandeling te houden, terwijl de vreemdeling binnen de gestelde termijn expliciet had verzocht om ter zitting te worden gehoord. De rechtbank had ten onrechte zonder zitting uitspraak gedaan.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling waarbij het oordeel van de Afdeling in acht moet worden genomen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling met vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.