ECLI:NL:RVS:2021:477
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- C.J. Borman
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtsgevolgen besluit niet-ontvankelijkheid asielaanvraag ondanks twijfel over overlijdensakte
Een vreemdeling uit Guinee diende een asielaanvraag in met als grond dat zijn moeder in 2012 door zijn oom werd vermoord en hij vreest voor zijn veiligheid bij terugkeer. Ter onderbouwing overhandigde hij een overlijdensakte van zijn moeder. De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat het Bureau Documenten met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid oordeelde dat de overlijdensakte niet echt was.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het Bureau Documenten onvoldoende rekening hield met de afwijkende vormgeving van documenten uit Guinee en gaf de staatssecretaris de gelegenheid zijn besluit te motiveren. Na nadere motivering bleef de rechtbank echter van oordeel dat de staatssecretaris onvoldoende had aangetoond dat het document geen 'vrai-faux' document was, een officieel maar frauduleus verkregen document.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk had toegelicht waarom het document niet als 'vrai-faux' kon worden aangemerkt en dat het onderzoek van het Bureau Documenten gebaseerd was op uitgebreide vergelijkingen met officiële documenten. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde de staatssecretaris in het gelijk, vernietigde de uitspraak van 16 december 2020 voor zover deze de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet en bevestigde dat het besluit tot niet-ontvankelijkheid en het inreisverbod gehandhaafd blijven.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag blijven in stand.