ECLI:NL:RVS:2021:484
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- E. Steendijk
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake verstrekking AIVD-informatie
Appellant verzocht de minister van Binnenlandse Zaken om verstrekking van bij de AIVD aanwezige informatie over hem. De minister weigerde inzage in bepaalde documenten vanwege bescherming van de nationale veiligheid en persoonsgegevens van derden. Na bezwaar en beroep werd het oorspronkelijke besluit herroepen en een nieuw besluit genomen waarbij gedeeltelijk informatie werd verstrekt, maar inzage in onderzoeksrapporten en meldingsformulieren werd geweigerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant geen belang meer had bij beoordeling van het eerdere besluit, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De Afdeling toetste het nieuwe besluit aan de relevante wetsartikelen van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De weigering tot verstrekking van bepaalde informatie was gerechtvaardigd vanwege het belang van de nationale veiligheid en het beschermen van bronnen en werkwijzen van de AIVD.
Appellant voerde diverse bezwaren aan, waaronder onvolledige verstrekking en schending van artikel 8 EVRM Pro, maar deze werden verworpen. De Afdeling stelde dat de inmenging in het privéleven van appellant noodzakelijk en proportioneel was en dat adequate waarborgen tegen misbruik aanwezig zijn. Het verzoek om wijziging of toelichting op de informatie viel buiten de reikwijdte van de Wiv. Het beroep werd ongegrond verklaard en appellant kreeg vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van de minister is ongegrond verklaard.