ECLI:NL:RVS:2021:510
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanwijzingsbesluit provincie Utrecht inzake varkenshouderij in strijd met bestemmingsplan
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht (GS) gaf een reactieve aanwijzing op grond van artikel 3.13, tweede lid, van de Wabo, waarmee het besluit van burgemeester en wethouders (B&W) van Woudenberg tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het houden van 700 biologische vleesvarkens werd bestreden. De vergunning was strijdig met het bestemmingsplan "Buitengebied 2013 (herziening)", omdat het perceel was bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven en varkenshouderij als niet-grondgebonden werd aangemerkt.
De rechtbank verklaarde de beroepen van [appellante sub 1] en B&W ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak en verklaart de beroepen alsnog gegrond. De Afdeling oordeelt dat de aanwijzing terecht is gegeven, ondanks een adresseringsfout, en dat de varkenshouderij niet als grondgebonden landbouw kan worden aangemerkt. Ook is sprake van een gedeeltelijke omschakeling naar niet-grondgebonden veehouderij, wat in strijd is met de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV).
Hoewel het aanwijzingsbesluit onvoldoende was gemotiveerd, heeft GS zich redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat de aanwijzing noodzakelijk was ter bescherming van provinciale belangen. De Afdeling vernietigt het aanwijzingsbesluit wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro, maar laat de rechtsgevolgen in stand, waardoor de omgevingsvergunning niet in werking treedt en geen gebruik mag worden gemaakt van de vergunning.
Het incidenteel hoger beroep van omwonenden wordt ongegrond verklaard. GS wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan [appellante sub 1] en B&W wordt het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het aanwijzingsbesluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand waardoor de omgevingsvergunning niet in werking treedt.