ECLI:NL:RVS:2021:537
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 juni 2020 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 december 2020 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De vreemdeling leverde een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter van de Raad van State besloot bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist. Hiermee wordt de uitvoering van het vernietigde besluit tijdelijk opgeschort in afwachting van de definitieve uitspraak.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.