ECLI:NL:RVS:2021:574
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen schutting hoger dan toegestane hoogte
Het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân besloot op 19 juli 2018 niet handhavend op te treden tegen een schutting die hoger was dan de toegestane 1 meter voor de voorgevelrooilijn. De schutting overschreed de maximale hoogte over een beperkte lengte met enkele centimeters tot 30 cm. Appellant verzocht handhaving, maar het college vond handhaving onevenredig gezien de geringe aard en omvang van de overtreding en de beperkte hinder voor omwonenden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college terecht uitging van de planregels onder a en b van artikel 1.93 voor het bepalen van de voorgevelrooilijn, ondanks de bocht in de weg en variërende afstand van woningen tot de weg.
De Afdeling bevestigde dat het college bevoegd was om handhavend op te treden, maar dat het in redelijkheid kon besluiten dit niet te doen vanwege de geringe overschrijding en de beperkte hinder, waaronder het geringe verlies aan uitzicht voor appellant. De Afdeling vond dat het college de belangen zorgvuldig had afgewogen en dat het verzoek tot handhaving terecht was afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek bevestigd.