ECLI:NL:RVS:2021:611
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing voorrangsverklaring woningzoekende ondanks mantelzorgbehoefte
De zaak betreft het hoger beroep van een woningzoekende die een voorrangsverklaring had aangevraagd vanwege acute woonproblemen en gezondheidsklachten, waaronder diabetes en beperkte mobiliteit, veroorzaakt door mishandeling en dakloosheid. Zij wenste een woning nabij haar kinderen in Den Haag vanwege de mantelzorg die zij van hen ontvangt.
Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af omdat de woningzoekende naar verwachting binnen drie maanden een geschikte seniorenwoning kon verkrijgen als zij op de juiste wijze op aangeboden woningen zou reageren. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde de woningzoekende dat zij vanwege haar mantelzorgafhankelijkheid en taalbarrière alleen in de Schilderswijk of Transvaal kon wonen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de woningzoekende onvoldoende bewijs had geleverd van een mantelzorgverklaring conform het vereiste format van het Wmo-loket, waarin de aard, frequentie en duur van de mantelzorg worden vastgesteld.
De Afdeling concludeerde dat de woningzoekende niet aannemelijk had gemaakt dat de beschikbare seniorenwoningen ongeschikt waren. Zonder concrete aanwijzingen voor ongeschiktheid faalde het beroep en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de voorrangsverklaring bevestigd.