Uitspraak
Datum uitspraak: 13 januari 2021
Raad van State
De raad van de gemeente Zwijndrecht stelde op 22 januari 2019 het bestemmingsplan '1e herziening Groote Lindt, geluidverkaveling' vast, gericht op het regelen van de geluidruimteverdeling op het bedrijventerrein Groote Lindt. Stichting Bewonerscomité Lindtwind, een inwoner van Zwijndrecht en een bedrijf op het terrein stelden beroep in tegen dit besluit.
De appellanten voerden aan dat het plan zou leiden tot een toename van geluidhinder in de omliggende woonwijken en dat er onvoldoende inspraak was geboden. Ook werd belangenverstrengeling en onzorgvuldigheid in de besluitvorming aangevoerd. Daarnaast was er bezwaar tegen de sloopregeling die mogelijk hoge kosten voor bedrijven veroorzaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het plan geen extra geluidruimte creëert en dat de geluidbelasting binnen de wettelijke grenzen blijft. De raad heeft de belangen zorgvuldig afgewogen en het plan met voldoende zorgvuldigheid vastgesteld. De sloopregeling is proportioneel en in lijn met het beginsel dat de vervuiler betaalt, zonder dat dit onredelijk is voor de betrokken bedrijven. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan Groote Lindt worden ongegrond verklaard en het plan blijft ongewijzigd van kracht.