ECLI:NL:RVS:2021:689
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft bij besluit van 6 januari 2020 een locatie aangewezen voor een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) nabij een perceel in de wijk West. Appellanten, bewoners van de nabijgelegen percelen, maakten bezwaar vanwege vrees voor aantasting van het woon- en leefklimaat en verkeersveiligheid. Na een procedure waarin het college de bezwaren ongegrond verklaarde, is beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling beoordeelde of het college in redelijkheid tot de locatiekeuze had kunnen komen, waarbij het college beleidsruimte heeft. Het college heeft de belangen zorgvuldig afgewogen, rekening houdend met richtlijnen en het Handboek openbare ruimte. De vrees voor verkeershinder en zwerfafval werd onvoldoende onderbouwd geacht, mede omdat het legen van de ORAC beperkt en gecontroleerd plaatsvindt.
Ook de geschiktheid van de locatie werd bevestigd, ondanks smalle straten en nabijheid van een speeltuin. Proefritten en een filmopname toonden dat de inzamelwagen veilig kan manoeuvreren. Alternatieve locaties werden door het college gemotiveerd als ongeschikt. De Afdeling concludeert dat het college niet onredelijk heeft gehandeld en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing van locatie 87 voor een ondergrondse restafvalcontainer wordt ongegrond verklaard.