Uitspraak
Datum uitspraak: 15 januari 2021
BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad van State
De raad van de gemeente Harderwijk stelde op 1 oktober 2020 het bestemmingsplan Zeebuurt - De Harder 2020 vast, waarin onder meer ruimte is voor één bouwmarkt binnen een winkelcentrum in het plangebied. Bouwmarkt Praxis wil verhuizen naar dit winkelcentrum, terwijl Bouwmarkt Harderwijk en Bouwmarkt Harderwijk II reeds een Gamma en een Karwei bouwmarkt exploiteren in Harderwijk. [Appellante] en anderen, mede-eigenaren van deze bouwmarkten, verzochten de voorzieningenrechter om het bestemmingsplan te schorsen om te voorkomen dat Praxis verhuist en een vierde bouwmarkt zich aan de Verkeersweg 3 vestigt.
De voorzieningenrechter overwoog dat een gebruikswijziging zoals in dit bestemmingsplan doorgaans geen reden is voor schorsing, omdat bij vernietiging in de bodemprocedure het nieuwe gebruik moet worden gestaakt. Alleen bij feitelijk onomkeerbare gevolgen kan dit anders zijn. Hoewel omzetverlies voor Gamma en Karwei mogelijk is, achtte de voorzieningenrechter dit niet voldoende om onomkeerbare gevolgen aan te nemen. Ook ontbrak een spoedeisend belang.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het oordeel heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onomkeerbare gevolgen.