ECLI:NL:RVS:2021:842
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens ontbreken ernstig letsel
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven naar aanleiding van een mishandeling in 2001 en een bedreiging in 2018. De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af omdat het letsel niet voldeed aan de criteria van ernstig letsel zoals bedoeld in artikel 3 van Pro de Wsg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, onder meer omdat de aanvraag voor de gebeurtenis in 2001 niet binnen de wettelijke termijn was ingediend en omdat het causale verband tussen de bedreiging in 2018 en het lichamelijke en psychische letsel onvoldoende was aangetoond. Appellant stelde in hoger beroep dat er wel degelijk een causaal verband bestond en dat de bedreigingen tot ernstige stress en lichamelijke klachten hadden geleid.
De Raad van State oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het hartinfarct en de psychische klachten het gevolg zijn van de bedreiging in 2018. Hoewel de gebeurtenis impact heeft gehad, is dit niet voldoende voor het vereiste causale verband. Ook het ontbreken van objectieve medische stukken over psychisch letsel leidt tot bevestiging van de eerdere uitspraak.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven bevestigd.