ECLI:NL:RVS:2021:873
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A.W.M. Bijloos
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en opheffing bewaring vreemdeling wegens ontbreken zicht op uitzetting
De vreemdeling werd op 4 maart 2021 in bewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of er zicht was op uitzetting van de vreemdeling naar Libië binnen een redelijke termijn. De vreemdeling kon zijn Libische nationaliteit niet aantonen en stelde dat uitzetting niet mogelijk was. De rechtbank oordeelde dat zolang de nationaliteit niet was vastgesteld, het prematuur was te stellen dat zicht op uitzetting ontbrak.
De Raad van State stelde vast dat gedwongen terugkeer naar Libië niet mogelijk was en dat de staatssecretaris zich uitsluitend op uitzetting naar Libië richtte. Hierdoor kon de vaststelling van de nationaliteit geen uitzetting bewerkstelligen. De rechtbank had daarom ten onrechte geoordeeld dat zicht op uitzetting niet ontbrak. De bewaring was vanaf 19 maart 2021 onrechtmatig.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en bepaalde dat de bewaring met ingang van 22 april 2021 werd opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een schadevergoeding van € 3.500 toegekend en werden de proceskosten van € 1.602 aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting en er wordt een schadevergoeding toegekend.