ECLI:NL:RVS:2021:886
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake uitzettingsuitstel vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had bij besluit van 28 oktober 2016 een aanvraag van de vreemdeling om uitzetting achterwege te laten afgewezen. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank dit besluit en gaf de vreemdeling uitstel van vertrek voor een jaar vanaf 17 februari 2021.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat de uitspraak van de rechtbank niet uitgevoerd hoefde te worden totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het uitvoeren van de uitspraak niet onevenredig bezwaarlijk is voor de staatssecretaris en dat het belang van de vreemdeling om de rechten uit artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 te genieten zwaarder weegt. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €534,00.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.