ECLI:NL:RVS:2021:896
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Intrekking marktvergunning wegens onvoldoende persoonlijke aanwezigheid op Haagse Markt
Appellant was houder van een marktvergunning voor meerdere standplaatsen op de Haagse Markt. Naar aanleiding van de invoering van de Marktverordening en het Marktreglement Den Haag 2016 werd de persoonlijke aanwezigheid van vergunninghouders op de standplaats verplicht gesteld. Controle door marktmeesters toonde aan dat appellant op meerdere dagen niet persoonlijk aanwezig was, wat leidde tot intrekking van zijn vergunning.
Appellant voerde aan dat hij door zijn bescheiden postuur en leeftijd niet altijd werd gezien, dat hij zorg droeg voor zijn zieke vrouw en dat het college ten onrechte geen uitzondering maakte. Tevens stelde hij dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat anderen wel hun vergunning mochten overdragen. De Raad van State oordeelde dat de controleoverzichten zwaarder wegen dan verklaringen van appellant en derden, en dat de aanwezigheidsplicht essentieel is voor goed ondernemerschap en het voorkomen van illegale praktijken.
De Afdeling overwoog dat de persoonlijke omstandigheden van appellant geen bijzondere omstandigheden vormen die een afwijking van het Sanctiebeleid rechtvaardigen. Daarnaast was er geen sprake van gelijke gevallen met andere ondernemers die hun vergunning mochten overdragen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de marktvergunning bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de marktvergunning wegens onvoldoende persoonlijke aanwezigheid.