ECLI:NL:RVS:2021:902
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onvoldoende motivering en niet-ontvankelijkheid beroep op bezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Deventer verleende op 3 augustus 2018 een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een winkel en kantoorpand tot een horecabedrijf aan de [locatie 1] te Deventer. [Appellant] maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege vermeende nadelige gevolgen voor zijn kantoorpand aan de [locatie 2]. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en nam op 2 augustus 2019 een herstelbesluit ter vervanging van het eerdere besluit op bezwaar. De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep van [appellant] tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelde [appellant] dat de rechtbank onjuist had geoordeeld doordat zij niet afzonderlijk had beslist op het beroep tegen het oorspronkelijke besluit op bezwaar van 20 februari 2019. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank dit inderdaad had nagelaten, wat een schending van artikel 8:77 Awb Pro inhoudt, en vernietigde de uitspraak voor zover dit betreft. Vervolgens beoordeelde de Afdeling het beroep tegen het besluit van 20 februari 2019 en verklaarde dit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang, aangezien het herstelbesluit het oorspronkelijke besluit verving.
Verder behandelde de Afdeling diverse inhoudelijke bezwaren van [appellant], waaronder de juiste planologische grondslag, de motivering van het bouwplan, de toetsing van fietsparkeerbehoefte en de effecten op leefbaarheid en veiligheid. De Afdeling vond geen aanleiding om de eerdere oordelen te wijzigen en verwierp deze bezwaren. Ten slotte veroordeelde de Afdeling het college tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht aan [appellant].
Uitkomst: Hoger beroep gegrond, uitspraak rechtbank vernietigd wegens niet-afgescheiden beslissing, beroep tegen besluit 20 februari 2019 niet-ontvankelijk verklaard.