ECLI:NL:RVS:2021:929
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H. Troostwijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap wegens deelname aan terroristische organisatie
Bij besluiten van 27 februari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van appellant ingetrokken op grond van artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Dit gebeurde omdat appellant zich heeft aangesloten bij Islamitische Staat (IS), een organisatie die deelneemt aan een internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid.
Appellant werd bij verstek veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens deelname aan IS en voorbereidingshandelingen gericht op terroristische misdrijven. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze uitspraak bevestigd.
Het betoog van appellant dat de intrekking discriminatoir zou zijn vanwege onderscheid tussen monopatriden en bipatriden en tussen Nederlanders met een Westerse en niet-Westerse achtergrond faalt. De Afdeling oordeelt dat het voorkomen van staatloosheid dit onderscheid rechtvaardigt. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De intrekking van het Nederlanderschap van appellant wordt bevestigd wegens deelname aan Islamitische Staat en bedreiging van de nationale veiligheid.