ECLI:NL:RVS:2021:942
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn bij asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 5 augustus 2019 besloten om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 november 2020 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde de ontvankelijkheid van het hoger beroep. De beroepstermijn is een week en vangt aan op de dag na verzending van het notificatiebericht over de uitspraak van de rechtbank in het digitale systeem Mijn Rechtspraak. Volgens het technisch onderzoek van de rechtbank is de uitspraak op 19 november 2020 geplaatst en is op dezelfde dag een notificatiebericht verzonden. De gemachtigde van de vreemdeling stelde dat het bericht niet ontvangen was door een verstoring in Mijn Rechtspraak van 20 tot 24 november 2020.
De Raad van State oordeelde dat de overgelegde stukken onvoldoende zijn om af te wijken van het technisch onderzoek. Er was geen relevante verstoring op 19 november 2020 en de gemachtigde had een ander bericht over het afsluiten van de zaak wel ontvangen. De termijnoverschrijding is daardoor niet verschoonbaar. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.