ECLI:NL:RVS:2021:947
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over uitblijven besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris binnen acht weken een besluit moest nemen. Na verzet van de staatssecretaris bevestigde de rechtbank het gegrond verklaren van het beroep en stelde een termijn voor het eerste gehoor en het besluit.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat zij onbevoegd is het hoger beroep te behandelen voor zover het betrekking heeft op de uitspraak op verzet, omdat tegen zo’n uitspraak geen hoger beroep openstaat.
Voor het overige bevestigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De Afdeling motiveert dit oordeel niet verder omdat de aangevoerde grieven geen vragen bevatten die voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming van algemeen belang zijn.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en rechtbankuitspraak bevestigd; Afdeling onbevoegd voor hoger beroep op uitspraak op verzet.