ECLI:NL:RVS:2021:948
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over uitblijven besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdelingen hebben beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op hun aanvragen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de staatssecretaris binnen een bepaalde termijn een besluit moest nemen. De staatssecretaris stelde verzet in tegen deze uitspraak, maar de rechtbank verklaarde het verzet gegrond en bevestigde de termijn waarbinnen het besluit moest worden genomen.
De vreemdelingen gingen tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat zij onbevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep tegen de uitspraak op verzet, omdat de wet hoger beroep tegen zo'n uitspraak uitsluit, tenzij sprake is van een oneerlijk proces, wat hier niet het geval is.
Voor zover het hoger beroep zich richt tegen het oordeel van de rechtbank over de beroepen, is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De Afdeling ziet geen aanleiding tot verdere motivering omdat de aangevoerde gronden het oordeel niet ondermijnen en geen belang hebben voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het hoger beroep tegen de uitspraak op verzet.