ECLI:NL:RVS:2021:995
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor terras en zonwering op bedrijventerrein
Appellante, eigenaar van een bedrijfspand op het bedrijventerrein ‘Tussen de Zijlroeden’ te Makkum, vroeg in juni 2018 een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een zonwering en het gebruik van een deel van de buitenruimte als terras. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze vergunning in oktober 2018 omdat het gebruik van de buitenruimte als terras in strijd was met de bestemming 'Bedrijventerrein' van het bestemmingsplan en omdat de zonwering een vergunningplichtig bouwwerk betrof.
Appellante voerde aan dat de reeds verleende vergunning uit 2016 het recreatieve gebruik van de buitenruimte al mogelijk maakte en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat een nieuwe vergunning nodig was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de eerdere vergunning geen recht gaf op het gebruik van de buitenruimte als terras, mede vanwege een voorschrift dat de openslaande deuren alleen in noodgevallen gebruikt mochten worden.
Verder stelde de Afdeling vast dat het college bevoegd was om op grond van artikel 2.12 Wabo in samenhang met artikel 4 van Pro bijlage II van het Bor af te wijken van het bestemmingsplan, maar dat de aanvraag in strijd was met een goede ruimtelijke ordening. Het college wilde functievermenging op het bedrijventerrein voorkomen en vond een recreatieve functie op het buitenterrein niet wenselijk vanwege de nabijheid van woningen.
Ten aanzien van de zonwering oordeelde de Afdeling dat deze vergunningplichtig is vanwege de constructie en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat een vergunning vereist is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.