ECLI:NL:RVS:2022:1007
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- W. den Ouden
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving illegale bewoning houten schuur buiten bouwvlak in Nieuw-Vennep
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer legde op 26 juni 2020 aan [appellant], eigenaar van een perceel in Nieuw-Vennep, een last onder dwangsom op om de illegale bewoning van een houten schuur buiten het bouwvlak te beëindigen. De schuur was omgebouwd tot woning, wat in strijd is met het bestemmingsplan. Het college verlengde de begunstigingstermijn en verklaarde het bezwaar van [appellant] ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellant] eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde [appellant] onder meer dat het college onbevoegd handelde, dat het legaliteitsbeginsel werd geschonden, dat er sprake was van een rechtvaardigingsgrond en dat het college het vertrouwensbeginsel had geschonden. De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd was, het bestemmingsplan niet ter discussie stond, en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezeggingen van het college waren gedaan.
Verder werd geoordeeld dat het college terecht handhavend optrad, dat de dwangsom proportioneel was, en dat het verzoek om schadevergoeding moest worden afgewezen. Het beroep tegen de invordering van de dwangsom werd eveneens ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen de invordering van de dwangsom zijn ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.