ECLI:NL:RVS:2022:101
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsdocument voor rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling, afkomstig uit Syrië, heeft een aanvraag gedaan voor een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan in Nederland aantoont. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen, waarna bezwaar en beroep zijn ingesteld en ongegrond verklaard.
De kern van het geschil betreft de vraag of de vreemdeling nog een verblijfsrecht in Duitsland heeft, waar zij eerder verblijfsrecht had verkregen. De vreemdeling stelde dat haar verblijfsrecht in Duitsland was verlopen, onderbouwd met e-mails van Duitse autoriteiten. De staatssecretaris stelde daartegen dat de subsidiaire beschermingsstatus in Duitsland nog steeds geldig is, ondanks het verlopen van het verblijfsdocument.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar verblijfsrecht in Duitsland is ingetrokken. De subsidiaire beschermingsstatus kan alleen door de bevoegde federale dienst in Duitsland worden ingetrokken en dat is niet gebeurd. Daarom is de afwijzing van de aanvraag terecht en wordt het hoger beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt dat de vreemdeling geen recht heeft op het gevraagde document in Nederland en dat haar kinderen niet gedwongen zijn de EU te verlaten. De vreemdeling kan eventueel een reguliere verblijfsvergunning aanvragen voor verblijf bij haar kinderen en echtgenoot.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor het verblijfsdocument wordt bevestigd.