ECLI:NL:RVS:2022:1019
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhavingsverzoek tegen exploitatie minicamping in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Middelburg heeft een verzoek tot handhaving tegen een minicamping deels toegewezen en deels afgewezen. Partijen A en B, omwonenden van de minicamping, stelden overlast te ervaren en voerden meerdere bezwaargronden aan, waaronder strijd met het bestemmingsplan en het niet doen van aangifte door het college.
De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk, deels gegrond en deels ongegrond. Het college stelde hoger beroep in tegen enkele onderdelen van deze uitspraak, en appellant sub 2 stelde incidenteel hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het incidenteel hoger beroep van appellant sub 2 niet ontvankelijk is omdat het niet tijdig is ingediend en geen tegengesteld belang bestaat.
De Afdeling vernietigde delen van de rechtbankuitspraak, waaronder de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep over het niet-doen van aangifte en het oordeel over de ruimtelijke kwaliteitswinst. De Afdeling bevestigde dat het college geen nieuwe besluitvorming hoeft te verrichten over de ruimtelijke kwaliteitswinst en dat het beroep over de exploitatie van de minicamping op gronden zonder de aanduiding "specifieke vorm van recreatie - 3" ongegrond is. Het college hoeft geen proceskosten te betalen en de procedure is hiermee afgerond.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk, en de uitspraak van de rechtbank wordt op meerdere punten vernietigd.