ECLI:NL:RVS:2022:1033
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens niet verschijnen bij aanvullend gehoor
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 1 september 2020 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval een nieuw besluit na een aanvullend gehoor. De staatssecretaris stelde het beroep in hoger beroep in, maar dit werd ongegrond verklaard door de Raad van State.
De staatssecretaris nodigde de vreemdeling tweemaal uit voor een aanvullend gehoor, waarop hij niet verscheen. Vervolgens stelde de staatssecretaris de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 30c van de Vreemdelingenwet 2000, omdat geen verschoonbare reden werd gegeven. De vreemdeling voerde aan dat detentie hem verhinderde te verschijnen, maar dit werd onvoldoende geacht vanwege het tijdsverloop en het ontbreken van concrete gegevens.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de staatssecretaris terecht de aanvraag buiten behandeling stelde. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling in verband met het hoger beroep.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de aanvraag buiten behandeling mocht worden gesteld wegens niet verschijnen zonder verschoonbare reden.