ECLI:NL:RVS:2022:1069
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor bestuursrechtelijke procedures tegen Sociale Dienst Drechtsteden bevestigd
De appellant verzocht om toevoeging voor rechtsbijstand in meerdere bestuursrechtelijke procedures tegen de Sociale Dienst Drechtsteden, waarin bijzondere bijstand voor griffierecht en proceskosten werd geweigerd. De raad wees deze verzoeken af vanwege het lage financieel belang, onder de wettelijke ondergrens van €500.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en oordeelde dat de ondergrens de toegang tot de rechter niet beperkt, conform eerdere jurisprudentie. Appellant stelde in hoger beroep dat ook bij belangen onder €500 toegang tot de rechter gewaarborgd moet zijn en dat zijn proceskosten ten onrechte niet werden meegewogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de ondergrens alleen ziet op gefinancierde rechtshulp en niet op de toegang tot de rechter zelf, die in bestuursrechtelijke procedures zonder advocaat mogelijk is. Het betoog dat griffierechten de toegang belemmeren, werd verworpen omdat appellant in de procedures vrijgesteld was van griffierecht. Ook het niet onderbouwen van proceskosten leidde tot afwijzing van dat verweer.
De Afdeling verklaarde de hoger beroepen ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraken. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De hoger beroepen tegen de afwijzing van toevoeging voor rechtsbijstand worden ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken bevestigd.