ECLI:NL:RVS:2022:1085
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak bestuursrechtelijke lus inzake handhaving zanddepot Waterschap Rivierenland
Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland weigerde handhavend op te treden tegen een zanddepot van een bedrijf, omdat het depot omstreeks 1900 werd aangelegd en volgens het overgangsrecht van de Keur 2014 niet vergunningplichtig zou zijn. Appellant betwistte dit en stelde dat het gebruik gewijzigd is en dat eerdere Keuren wel een vergunningplicht kenden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar appellant stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende heeft onderzocht en onderbouwd of het gebruik onder het overgangsrecht valt en of het gebruik sinds de vergunningplicht is gewijzigd.
De Afdeling draagt het college op binnen 12 weken het besluit te herstellen door onder meer te onderzoeken vanaf wanneer een vergunningplicht geldt, welke Keur toen van toepassing was, de wijze van opslag destijds, en of het gebruik is gewijzigd. De procedurekosten worden in de einduitspraak behandeld.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit te herstellen door het gebrek te onderzoeken en te onderbouwen binnen 12 weken.