ECLI:NL:RVS:2022:1123
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 2 november 2021 besloten om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde hij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure werd de vreemdeling opgenomen in de nationale procedure omdat de overdrachtstermijn aan Italië was verstreken. Hierdoor is Nederland verantwoordelijk geworden voor de behandeling van de asielaanvraag, waardoor het doel van de procedure is bereikt en de inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep niet meer aan de orde is.
De vreemdeling handhaaft zijn hoger beroep vanwege onduidelijkheid over leeftijdsregistratie en proceskostenvergoeding, maar de Afdeling oordeelt dat deze gronden onvoldoende aanleiding geven tot inhoudelijke behandeling. Ook is geen reden voor proceskostenvergoeding, omdat het opnemen in de nationale procedure een veranderde omstandigheid betreft.
De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst de proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door het lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij op 20 april 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat Nederland verantwoordelijk is voor de asielprocedure.