ECLI:NL:RVS:2022:113
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor kinderen wegens ontbreken hoorprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 februari 2020 de aanvraag van referent om een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn minderjarige kinderen af. Referent maakte bezwaar, dat op 3 september 2020 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond. Referent stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet verplicht was referent te horen over zijn bezwaar. Gezien de omstandigheden, waaronder het inkomensvereiste, de arbeidsachtergrond van referent, de coronapandemie en de belangen van de minderjarige kinderen, was het niet redelijk om aan te nemen dat het bezwaar niet tot een ander besluit kon leiden. De staatssecretaris had daarom een hoorplicht.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 3 september 2020, verklaarde het hoger beroep gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris opnieuw op het bezwaar moet beslissen, waarbij referent gehoord moet worden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd vanwege het ontbreken van een hoorplicht.