ECLI:NL:RVS:2022:1168
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 4 februari 2022 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 11 maart 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en achtte de belangen van de vreemdeling voldoende zwaarwegend om een voorlopige voorziening te treffen. Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van € 759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 21 april 2022 door voorzieningenrechter C.J. Borman.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.