ECLI:NL:RVS:2022:1193
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling na quarantainemaatregel
Bij besluit van 28 januari 2022 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de staatssecretaris de vreemdeling direct na afloop van de vijfdaagse quarantainemaatregel heeft gehoord en gemotiveerd heeft toegelicht waarom het gehoor niet eerder kon plaatsvinden. Hierdoor was voldaan aan de vereiste inspanning om de detentie zo kort mogelijk te houden.
Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel blijft gehandhaafd.