ECLI:NL:RVS:2022:1194
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling na quarantaine
Bij besluit van 28 januari 2022 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad oordeelde dat de staatssecretaris de vreemdeling direct na afloop van de vijfdaagse quarantainemaatregel heeft gehoord en gemotiveerd toegelicht waarom het gehoor niet eerder kon plaatsvinden. Hierdoor is voldaan aan de verplichting om de detentie zo kort mogelijk te laten duren.
Het hoger beroep bevatte geen verdere vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel bevestigd.