ECLI:NL:RVS:2022:1195
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling ondanks formele tekortkoming in functiebenaming buitengewoon opsporingsambtenaar
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 2 november 2021 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de bevoegdheid van de senior transportgeleider, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar, die de vreemdeling staande hield en ophield. De vreemdeling stelde dat de rechtbank ten onrechte de functie van beveiliger transport uit het BboDVO 2019 gelijkstelde aan de functie van transportgeleider uit het vervallen BboDVO 2014.
De Afdeling oordeelde dat ondanks de onjuiste functiebenaming in het proces-verbaal, de ambtenaar wel degelijk bevoegd was als buitengewoon opsporingsambtenaar volgens het nieuwe besluit. De formele fout was onvoldoende om de bewaring onrechtmatig te verklaren, mede gezien de onderliggende gronden voor bewaring. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met veroordeling van de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring bevestigd ondanks een formele fout in de functiebenaming van de buitengewoon opsporingsambtenaar.