ECLI:NL:RVS:2022:1245
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na ongegrond beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 augustus 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 december 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leidt. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het asielrelaas van de vreemdeling over problemen met Elhadji en de Black Axe niet geloofwaardig was, mede omdat de vreemdeling op belangrijke punten summier, onsamenhangend en tegenstrijdig had verklaard. Tevens waren de verklaringen over de angst voor de Black Axe gebaseerd op aannames en onvoldoende overtuigend.
Daarnaast had de vreemdeling niet aannemelijk gemaakt dat hij geen bescherming kon inroepen van de autoriteiten. Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moesten worden, zodat nadere motivering achterwege kon blijven.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.