ECLI:NL:RVS:2022:1261
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in vreemdelingenzaak
De vreemdeling had bij besluit van 22 februari 2021 een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. Hiertegen maakte hij bezwaar dat op 17 september 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die dit op 21 februari 2022 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De griffier wees hem erop dat het griffierecht uiterlijk op 23 maart 2022 betaald moest worden. Ondanks meerdere aanmaningen, waaronder een aangetekende brief, werd het griffierecht niet voldaan.
De Raad van State oordeelde dat het niet betalen van het griffierecht binnen de gestelde termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Het verweer van de vreemdeling dat hij wel geprobeerd had te betalen, werd niet aanvaard omdat het zijn eigen verantwoordelijkheid is het griffierecht daadwerkelijk en tijdig te voldoen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.