ECLI:NL:RVS:2022:1263
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing in hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling uit Turkije had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 11 augustus 2020 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond op 13 oktober 2020. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank weliswaar aannam dat de vreemdeling een politieke overtuiging heeft, maar ten onrechte niet heeft beoordeeld of van de vreemdeling terughoudendheid mag worden gevraagd bij het uiten van die overtuiging bij terugkeer naar Turkije. Dit was een essentieel onderdeel van het geschil aangezien de staatssecretaris dit als reden had aangevoerd voor de afwijzing.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug voor een nieuwe behandeling en beslissing waarbij deze vraag wel moet worden beantwoord. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe beoordeling.