ECLI:NL:RVS:2022:1264
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening voor stage bij opleiding tot rijinstructeur ondanks weigering VOG
Verzoeker is in maart 2021 gestart met een opleiding tot rijinstructeur en moet nog een verplichte praktijkstage van 40 uur lopen om zijn certificaat te behalen. De minister weigerde de aanvraag voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) vanwege een strafrechtelijk onderzoek naar poging tot doodslag en openlijke geweldpleging in december 2019. Verzoeker heeft bekend een persoon te hebben gestoken die zijn broertje aanviel.
De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van verzoeker om de opleiding te kunnen voltooien en de financiële gevolgen van het niet kunnen lopen van de stage zwaar wegen. Hoewel sprake is van een ernstig strafbaar feit, is verzoeker niet gedagvaard en is het recidiverisico volgens de reclassering laag. De stage vindt plaats onder toezicht van een rijinstructeur, waardoor er geen direct contact met minderjarigen zonder toezicht is.
De voorzieningenrechter besluit daarom dat verzoeker voor de duur van de stage als in het bezit van een VOG wordt behandeld, zodat hij zijn opleiding kan voortzetten. Deze voorlopige voorziening geldt slechts voor de stage en vervalt zodra de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak doet in de bodemprocedure. De minister wordt bovendien veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Verzoeker mag onder toezicht stage lopen ondanks weigering VOG, zodat hij zijn opleiding tot rijinstructeur kan voortzetten.