ECLI:NL:RVS:2022:1286
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake handhaving zonder omgevingsvergunning uitbreiding werktuigenberging en veestalling
Verzoeker diende in september 2017 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor uitbreiding van een werktuigenberging, veestalling en het bouwen van een hooiopslag. Het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden wees deze aanvraag af, wat werd bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak in april 2020. Vervolgens legde het college een last onder dwangsom op om de zonder vergunning gebouwde uitbreidingen te verwijderen.
Verzoeker betoogde dat hij voor de bouwwerken een vergunning van rechtswege had verkregen door een melding vergunningsvrij bouwen, en dat de hooiopslag vergunningvrij zou zijn op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De voorzieningenrechter oordeelde dat de melding geen aanvraag was en dat de hooiopslag in strijd is met het bestemmingsplan, waardoor het college bevoegd is handhavend op te treden.
Verzoeker stelde ook dat het college geen handhavend optreden had mogen inzetten vanwege het ontbreken van hinder voor omwonenden en een medewerkster die zou hebben gezegd dat bouwen zonder vergunning was toegestaan. De voorzieningenrechter vond dit onvoldoende om het handhavend optreden te weerleggen.
Hoewel het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, verlengde de voorzieningenrechter de termijn voor het voldoen aan de last onder dwangsom tot 1 augustus 2022, gelet op praktische omstandigheden rond het verwijderen van de bouwwerken.
Uitkomst: De begunstigingstermijn voor het verwijderen van de zonder vergunning gebouwde bouwwerken wordt verlengd tot 1 augustus 2022.