ECLI:NL:RVS:2022:1287
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Opschorting uitvoering rechtbankuitspraak mvv-aanvraag vreemdelingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 oktober 2020 een aanvraag van twee vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de staatssecretaris, verklaarde de rechtbank Den Haag op 19 april 2022 het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht om binnen twee weken de mvv te verlenen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen die de uitvoering van de rechtbankuitspraak opschort. De voorzieningenrechter besloot bij wijze van ordemaatregel de werking van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de termijn voor het indienen van grieven nog niet verstreken was, waardoor de opschorting gerechtvaardigd is. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 3 mei 2022.
Uitkomst: De uitvoering van de uitspraak van de rechtbank Den Haag wordt opgeschort totdat het hoger beroep van de staatssecretaris is beslist.