ECLI:NL:RVS:2022:1302
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Raad van State bevestigt weigering vaststelling bestemmingsplan Frederik Hendrikstraat Lamswaarde
Appellante wilde op een perceel in Lamswaarde een woning bouwen en diende hiertoe een voorstel in voor het bestemmingsplan 'Frederik Hendrikstraat ong., Lamswaarde' dat wijziging van bestemming van 'Agrarisch' naar 'Wonen' beoogde. De raad van Hulst stelde het bestemmingsplan niet vast, omdat het plan volgens hen leidde tot ongewenste verstening van het buitengebied en geen ruimtelijke kwaliteitswinst opleverde.
Na eerdere afwijzing en een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, werd het voorstel aangepast met aanvullend natuuronderzoek en een verminderd bebouwingspercentage. Desondanks besloot de raad opnieuw het plan niet vast te stellen, met als hoofdargumenten het disproportionele bebouwingspercentage ten opzichte van de gesloopte bebouwing en het ontbreken van ruimtelijke kwaliteitswinst.
De Raad van State oordeelt dat de raad voldoende heeft gemotiveerd dat het plan leidt tot verdere verstening, wat strijdig is met de Omgevingsverordening Zeeland 2018. Ook is het beroep op een anterieure overeenkomst onvoldoende om het besluit aan te tasten, omdat een overeenkomst geen verplichting tot vaststelling kan opleggen als het plan niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de raad hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en het tegengaan van verstening in het buitengebied bij bestemmingsplannen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-vaststelling van het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard.