ECLI:NL:RVS:2022:1318
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving en kostenverhaal bij illegale ligplaats boot in Haarlem
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem heeft op 20 januari 2020 aan appellant gelast zijn boot te verwijderen uit een inham van de Ringvaart nabij het Ringvaartpad, omdat deze locatie niet als ligplaats is aangewezen. Appellant heeft niet voldaan aan deze last, waarna het college de boot op 22 januari 2020 heeft verwijderd en de kosten van €1.094,- op appellant heeft verhaald.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde onder meer dat de juridische grondslag onjuist was, de begunstigingstermijn te kort, en dat hij niet de kans kreeg zelf de boot te verwijderen. Ook voerde hij aan dat de kosten niet voldoende gespecificeerd waren en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Afdeling acht het college bevoegd en de last onder bestuursdwang rechtsgeldig bekendgemaakt. De begunstigingstermijn van twee dagen is passend geacht, mede omdat appellant aanwezig was en de gelegenheid kreeg zelf te verwijderen. De kosten zijn voldoende gespecificeerd en het college hoeft geen rekening te houden met de financiële draagkracht van appellant, die ook geen bewijs daarvoor leverde. Het gelijkheidsbeginsel is niet geschonden omdat de andere boot door een andere gemeente werd verwijderd.
Hoewel het college appellant niet vooraf een zienswijze heeft laten indienen over de last onder bestuursdwang, is dit gebrek in de besluitvorming gepasseerd omdat appellant in de bezwaarprocedure alsnog zijn zienswijze kon geven en niet aannemelijk is dat hij hierdoor is benadeeld. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college handelde rechtmatig bij het verwijderen van de boot en het verhalen van de kosten.