ECLI:NL:RVS:2022:1347
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 juli 2021 de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, en weigerde tevens ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en een uitzettingsbesluit achterwege te laten. De rechtbank verklaarde deze besluiten op 6 september 2021 gegrond, vernietigde ze en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken nieuwe besluiten moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en wees op 26 januari 2022 opnieuw de aanvragen af met dezelfde weigeringen. De vreemdelingen stelden daartegen beroepen in en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen gedurende de behandeling van het hoger beroep en de beroepen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de besluiten van 26 januari 2022 in stand zullen blijven en verleende de voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep en de beroepen is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 759,00 aan de vreemdelingen.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep en de beroepen is beslist.