ECLI:NL:RVS:2022:1437
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving bouw zonder vergunning op vakantiepark Texel
Het college van burgemeester en wethouders van Texel legde appellant een last onder dwangsom op om bouwwerkzaamheden aan een berging met veranda op het vakantiepark te staken, omdat deze zonder omgevingsvergunning werden uitgevoerd in strijd met artikel 2.1 van de Wabo. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de berging niet vergunningvrij kon worden gebouwd gezien het maximale oppervlak aan bijbehorende bouwwerken volgens het Bor was bereikt.
Appellant stelde in hoger beroep dat de recreatiewoningen op het perceel zelfstandige hoofdgebouwen zijn en dus niet meetellen als bijbehorende bouwwerken bij de stolpboerderij, waardoor de berging vergunningvrij zou mogen zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat het gehele vakantiepark met alle percelen als één perceel moet worden beschouwd en dat de recreatiewoningen het hoofdgebouw vormen in plaats van de stolpboerderij.
De berging met veranda mocht daarom niet vergunningvrij worden gebouwd, omdat het maximale oppervlak van 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken al werd bereikt. Het college was bevoegd om handhavend op te treden. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met verbetering van de gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving van de bouw zonder vergunning bevestigd.