ECLI:NL:RVS:2022:1509
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State in hoger beroep tegen voortzetting bewaring vreemdeling
Bij besluit van 27 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft tegen deze maatregel beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem. De rechtbank heeft op 2 mei 2022 het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De vreemdeling heeft vervolgens hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft overwogen dat het hoger beroep betrekking heeft op de voortzetting van de maatregel van bewaring zoals bedoeld in artikel 96 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Volgens artikel 84, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 is tegen deze beslissing geen hoger beroep mogelijk.
Daarom heeft de Afdeling bestuursrechtspraak zich verklaard onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Tevens is geoordeeld dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij, in aanwezigheid van griffier M.T. Annen, op 25 mei 2022.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de voortzetting van de bewaring.