ECLI:NL:RVS:2022:1509

Raad van State

Datum uitspraak
25 mei 2022
Publicatiedatum
25 mei 2022
Zaaknummer
202202773/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 84 Vw 2000Art. 96 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Raad van State in hoger beroep tegen voortzetting bewaring vreemdeling

Bij besluit van 27 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft tegen deze maatregel beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem. De rechtbank heeft op 2 mei 2022 het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

De vreemdeling heeft vervolgens hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft overwogen dat het hoger beroep betrekking heeft op de voortzetting van de maatregel van bewaring zoals bedoeld in artikel 96 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Volgens artikel 84, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 is tegen deze beslissing geen hoger beroep mogelijk.

Daarom heeft de Afdeling bestuursrechtspraak zich verklaard onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Tevens is geoordeeld dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij, in aanwezigheid van griffier M.T. Annen, op 25 mei 2022.

Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de voortzetting van de bewaring.

Uitspraak

202202773/1/V3.
Datum uitspraak: 25 mei 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 2 mei 2022 in zaak nr. NL22.6536 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 27 februari 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 2 mei 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.R.S. Ramhit, advocaat te Hoofddorp, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de maatregel van bewaring (artikel 96 van Pro de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).
2. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2022
765