ECLI:NL:RVS:2022:155
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake omgevingsvergunning mestbak wegens strijd met Wet milieubeheer
Het college van burgemeester en wethouders van Westvoorne verleende op 26 juli 2018 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het bouwen van een mestbak op een perceel te Rockanje. Een appellant, die het naastgelegen perceel beheert, maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat appellant als gebruiker van het naastgelegen perceel belanghebbende is omdat hij door zijn dagelijkse aanwezigheid en activiteiten op het perceel een rechtstreeks belang heeft bij het besluit. Het college stelde zich op het standpunt dat appellant niet belanghebbende was, maar dit verweer werd verworpen.
Appellant voerde aan dat de aanvraag omgevingsvergunning niet vergezeld ging van de vereiste melding op grond van artikel 8.41a, eerste lid, van de Wet milieubeheer, omdat de mestbak een inrichting betreft die meldingsplichtig is. De Afdeling stelde vast dat deze melding inderdaad gelijktijdig met de vergunningaanvraag had moeten worden gedaan, wat niet is gebeurd. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand omdat de melding inmiddels is gedaan.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens strijd met de Wet milieubeheer.